|
De laatste jaren zijn er in Nederland veel veranderingen doorgevoerd in de manier waarop jongeren leren. Dit is met name gebeurt met het introduceren van de tweede fase in het middelbare onderwijs en het daarbij behorende ‘studiehuis’. Dit ‘studiehuis’ schrijft zelfsturend leren voor waarbij scholieren, met een creatief-sociaal leerproces, ‘leren leren’. Scholieren hebben zelf inbreng op wat zij willen leren en hoe zij dit doen. De school biedt hier faciliteiten voor, zoals mediatheken en zelfstandige leeromgevingen, vormt de leraar om in een begeleider en laten scholieren samenwerken in taakgroepen om projecten uit te voeren. Dit alles voornamelijk om betere aansluiting te vinden op het hoger onderwijs waar zelfstandig leren de norm is.
Buiten het vinden van betere aansluiting op het hoger onderwijs is deze manier van leren ook ingevoerd omdat onderzoek deze manier van leren ondersteund als zijnde effectiever. Onderzoek toont ondermeer aan dat datgene leren waar je interesse naar uitgaat het beste blijft hangen, de motivatie en aandacht voor zulke onderwerpen ligt gewoon hoger. Verder zorgt zelfsturend leren voor een diepere indruk op de hersens door een soort van anker achter te laten bij elke beslissing die zelf genomen wordt. Ook zal door dit zelfsturende karakter de verantwoordelijkheid van de leerling hoger liggen, doordat het zijn keuzes vertegenwoordigt. Buiten deze positieve kanten aan het zelfstandig en zelfsturend leren, zijn er ook nadelen gebleken. Kijkend naar de problemen met het studiehuis worden deze vooral toegeschreven aan politieke, organisatorische en randvoorwaardelijke problemen. Maar nieuw onderzoek toont aan dat er een andere oorzaak kan zijn. Volgens verschillende modellen van persoonlijke ontwikkeling blijken scholieren op de middelbare school in een fase van hun leven te zitten waarbij zij nog niet in staat zijn zelfsturing uit te oefenen. Dit uit zich in vragen als “Zeg mij nu welke theorie waar is” of “Geef mij duidelijke, stap voor stap aanwijzingen hoe ik het moet doen”. Deze bevindingen worden ook ondersteund door breinonderzoek en hier zijn dan ook wetenschappelijke onderzoeken over gepubliceerd. Voor zelfstandig leren is vooral belangrijk om als conclusie mee te nemen dat de doorsnee adolescent tot ongeveer het 18e levensjaar impulsief kiest met veel oog voor de mogelijke beloningen maar weinig oog voor alternatieven, voor de lange termijn en voor risico’s. Zelfsturing en planning zijn dus niet optimaal tijdens het ‘studiehuis’. InternetOp internet waren ze iets later dan op de middelbare scholen in Nederland, maar ook daar is een tweede fase ingevoerd; web 2.0. Waarbij voor 2004 het web vooral bestond uit zenders, mensen met een website, en ontvangers (bezoekers), werd hierna meer overgegaan naar een model waarbij iedereen op het internet zender en ontvanger is. Dit proces wordt ondersteund door verschillende technische ontwikkelen en hebben ervoor gezorgd dat websites meer ‘platformen’ zijn waar bezoekers informatie kunnen uitwisselen. Een gevolg hiervan is de wildgroei van online communities, waarbij sociale netwerken de meest in het oog springende zijn. Voorbeelden hiervan zijn Facebook, MySpace, Hyves en Netlog. Natuurlijk waren er voor deze ontwikkelingen ook al uitgebreide vormen van interactie mogelijk op het internet zoals usenet, forums en chatrooms over de meest uiteenlopende onderwerpen. Maar de technische ontwikkelingen die ‘web 2.0’ mogelijk hebben gemaakt hebben gezorgd voor nieuwe mogelijkheden waar de bekende sociale netwerken optimaal gebruik van maken. Naast de sociale netwerken zijn er veel ander soortige communities. Sommigen gaan over games, kunst, gezondheid of humor. Ook zijn er veel communities die zich richten op online leren, hier kunnen bezoekers zich aanmelden om gezamenlijk te leren. Vaak richten dez e zich op ‘life-long learning’, waarbij allerlei verschillende competenties geleerd kunnen worden, maar er zijn ook specifieke communities, zoals voor taal of kunst. Een goed voorbeeld is het Nederlandse Myngle, waar taal- leraren en leerlingen zich kunnen aanmelden en contact met elkaar zoeken om tegen betaling online een taal te leren. Myngle: Online sociaal talen leren (www.myngle.com) KarakteristiekenKijkend naar de manier van leren die gevraagd wordt van leerlingen in het ‘studiehuis’ en de ontwikkelingen in online communities, kan gesteld worden dat hier een effectieve combinatie gemaakt kan worden om leren te stimuleren. Het kan de positieve en succesvolle kanten van het studiehuis combineren met de technische capacitieiten van modern internet, en de interesse die jongeren daarvoor hebben. Uit een rondgang door de verschillende onderzoeken die online leren, communities en jongeren als onderwerp hebben komen verschillende punten naar voren die bijdragen aan een effectieve communitie die leren stimuleert. Deze kunnen opgedeeld worden in strategische mogelijkheden die geboden moeten worden alsmede praktische mogelijkheden. Hieronder volgt een overzicht. Strategie die aanzet tot leren en participeren- Er moeten mogelijkheden aanwezig zijn voor sociale interactie (ook over zaken buiten het leren om). Hierbij kan gedacht worden aan berichten, email, chat, etc. Deze moeten ook actief gestimuleerd worden, sociale interactie binnen de groep is namelijk een van de grootste succesfactoren. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat sociale interactie niet vanzelf van de grond komt, ook al biedt het platform hier de mogelijkheid toe. Deze sociale interactie is bovendien vereist voor enkele van de voorwaarden waar de communitie aan moet voldoen om succesvol te worden.
- Enkele voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn onderling respect, vertrouwen en het gevoel ‘erbij’ te horen. Deze zijn nodig voor goede samenwerking, informatie uitwisselen en het tot het goede einde brengen van opdrachten. Deze zaken worden gestimuleerd door veel sociale interacitie, ook buiten de opdrachten om. Deze interactie kan begeleid worden doormiddel van profielen, waar gebruikers informatie over zichzelf kwijt kunnen. Dit brengt andere gebruikers op de hoogte van de expertises en interesses van gebruikers en zorgt daardoor voor vertrouwen. Ook zal deze mate van invloed die gebruikers op het systeem kunnen uitoefenen zorgen voor verhoogde betrokkenheid.
- Participatie binnen de groep moet gestimuleerd worden. Dit wordt ondermeer gedaan door sociale interactie, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Zo moet er een mate van vrijheid gegeven worden waarbij gebruikers zelf invulling geven aan de weg die zij volgen en eventueel ook welke opdrachten zij uitvoeren. Verder kan samenwerking gegarandeerd worden door dit inherent te maken aan de uit te voeren opdrachten, de taak kan niet volbracht worden zonder voldoende inbreng van elk individueel lid. Hierbij is het wel van belang dat ieder lid een voorkeursrol kan vervullen die aansluit bij zijn individuele wensen om zo de motivatie hoog te houden.
- Buiten deze factoren voor succes moet de basis natuurlijk ook goed zijn. Er moeten uitdagende opdrachten en competenties zijn en gebruikers moeten kunnen werken in teams aan problemen die verband houden met de werkelijkheid.
Praktische mogelijkheden die aanzet tot leren en participeren- Profielen (persoonlijke gegevens, foto, filmpjes, ‘pimpen’)
- Sociale groepen opzetten waar men inzicht krijgt in de contacten (sociaal netwerk)
- Berichten (email, chat, etc.)
- Zelfsturing doormiddel van eigen opdrachten en competenties
- Monitoring van vooruitgang, bij zichzelf en anderen
- Begeleiding van een tutor, eventueel binnen een forum waardoor anderen ook kunnen participeren
- Genoeg aanwezige basisinformatie, die diep ingaat op de te leren stof, en opdrachten om de aandacht vast te houden. Dit kan uitgebreid worden met content van gebruikers.
- Inzicht in de mate van bijdrage van leden, de betrouwbaarheid en een vorm van straffen en belonen voor goed gedrag
- Een verklaring van de makers over het gedrag dat van gebruikers verwacht wordt
- Een ‘desktop’ omgeving van waaruit gewerkt kan worden en instellingen verandert
- Mogelijkheid tot instellingen over privacy en openheid naar andere gebruikers
Tot slotOnline omgevingen bieden veel mogelijkheden om jongeren aan te zetten tot leren. De huidige generatie jongeren is opgegroeid met internet en ziet het als een vertrouwde omgeving. Problemen die bij jongeren optreden bij zelfstandig en zelfsturend leren kunnen ondervangen worden door een online communitie. Gebruikers krijgen de vrijheid te werken binnen de parameters van een online platform, en dit in te richten zoals zij zelf willen, maar beheerders behouden toch de mogelijkheid controle uit te oefenen zonder dat dit opdringerig wordt voor de gebruiker. Belangrijk voor het succes van een online leer communitie is de mogelijkheid tot sociale interactie, vooral ook buiten het leren om. Gebruikers moeten de mogelijkheid krijgen relaties op te bouwen om zo vertrouwen te kweken. Ook moet participatie aangemoedigt worden door een groepsgevoel en opdrachten die samenwerking aanmoedigen. Ook de eigen inbreng van gebruikers op de opdrachten en te leren competenties zullen zorgen voor lange termijn succes van de online communitie. JTH
|